Een recent wetenschappelijk artikel in Nature (juli 2025) legde een latent maar groot risico bloot: de opeenvolging van rivierverbredingen en smalle flessenhalzen zorgt bij extreem hoogwater voor gevaarlijke stroomsnelheden. Tijdens het hoogwater van 2021 zijn in de Maas hierdoor lokaal gaten van wel 15 meter diep in de rivierbodem geslagen, met het falen van keringen tot gevolg. Als AWP-fractie wilden wij weten: hoe zit dit met de veiligheid langs de Waal? De antwoorden van het college van Waterschap Rivierenland op onze schriftelijke vragen stemmen mij helaas niet gerust.
Sinds 1995 is er onder de vlag van ‘Ruimte voor de Rivier’ en het Programma Maaswerken veel gedaan om ons tegen hoogwater te beschermen. Het Nature-onderzoek ‘Extreme river flood exposes latent erosion risks‘ laat echter een gevaarlijke schaduwzijde zien. Als water eerst alle ruimte krijgt in een verbreed uiterwaardgebied of nevengeul, en daarna abrupt weer door een smalle flessenhals wordt geperst, schiet de lokale stroomsnelheid met wel 30% omhoog. De dunne, beschermende grindlaag op de bodem spoelt weg, waarna het onderliggende zand razendsnel wegerodeert. Dit ondermijnt direct de stabiliteit van de nabijgelegen dijken en kunstwerken.
Waterschap kiest voor een afwachtende houding
In de beantwoording van onze schriftelijke vragen relativeert het college de risico’s voor ons eigen beheergebied. Men wijst erop dat het onderzoek zich specifiek richtte op de onbedijkte Maas in Limburg. Het college kiest er daarom voor om geen eigen inventarisatie uit te voeren, maar passief af te wachten tot Rijkswaterstaat een landelijk onderzoek afrondt. De resultaten daarvan worden pas begin 2028 verwacht.
Als rivierwaterbouwkundig ingenieur kijk ik hier met grote verbazing naar. Wat mij betreft kunnen we hier als waterschap niet tot 2028 mee wachten. De hydraulische wetmatigheden die in het artikel worden aangetoond, zijn universeel en gelden net zo hard voor de Waal. Sterker nog: de Waalbodem daalt door structurele erosie al decennia enkele centimeters per jaar. Door alle grootschalige ingrepen is de Waal in feite veranderd in een ketting van kunstmatige verbredingen en hydraulische knelpunten.
Vier risicolocaties in ons gebied
Als we kijken naar ons eigen beheergebied, zie ik ten minste vier specifieke overgangspunten waar dit erosierisico direct kan optreden:
Spijk / Tolkamer;
Nijmegen-Lent naar Beuningen;
Hurwenen naar Zaltbommel;
Wamel / Dreumel naar Tiel.

De Waal (links) en de Spiegelwaal (rechts) ter hoogte van Nijmegen. In het midden het eiland Veur-Lent (bron: wikimedia)
Het gesprek in de commissie
Kunnen we op basis van de huidige monitoring hard uitsluiten dat er zich na het hoogwater van de afgelopen jaren al diepe erosiekuilen hebben gevormd in de buurt van onze waterkeringen? Kan het waterschap garanderen dat de huidige bodembescherming in de smalle knelpunten wel bestand is tegen deze extreme krachten?
Veiligheid vraagt om een proactief waterschapsbestuur, zeker nu het veranderende klimaat zorgt voor vaker en extremer hoogwater. De AWP neemt daarom geen genoegen met een afwachtende houding. Ik heb vervolgvragen ingediend en verzocht om deze kwestie, inclusief de beantwoording, te agenderen voor de volgende commissie Waterveiligheid. We moeten hierover in het waterschap zo snel mogelijk het gesprek met elkaar voeren. Ik houd u uiteraard op de hoogte van het verloop.
