Delfland, 20 okt 2026. In de zomer van 2026 was het watertekort zó groot dat tuinders geen water meer uit de sloot mochten halen. Daarom wil AWP Delfland dat de ‘klimaatbestendige’ wateraanvoer uit het Brielse meer groter wordt. Net als de Tweede Kamer wil de AWP dat de aanvoer vanuit de Bernisse naar het Brielse meer wordt vergroot. Maar, zo iets kan jaren duren. Voor de komende jaren vraagt AWP Delfland aan dijkgraaf Piet-Hein Daverveldt om te pleiten voor méér water uit het Brielse meer in perioden van langdurige droogte.
Delfland ontvangt 4 kuub per seconde uit het Brielse meer en 1,8 kuub per seconde vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal. Deze zomer kreeg Delfland ook nog o,3 kuub per seconde vanuit Rijnland. Dit was feitelijk onvoldoende en alleen met een algeheel onttrekkingsverbod kon Delfland in de zomer van 2026 de waterpeilen op niveau houden. De inwoners hadden door het kunst-en-vliegwerk van Delfland het idee dat de zomerse droogte geen probleem was. Maar schijn bedriegt. Het college van Delfland sprak van zelfs van ‘de ernstigste droogte in de geschiedenis van Delfland’.
Het Brielse meer is geen echt meer, maar het uiteinde van het riviertje De Bernisse. De aanvoer naar het Brielse meer vanuit het Haringvliet via de Bernisse bedraagt nu max. 23 kuub per seconde. Daarvan krijgt Delfland max. 4 kuub per seconde. Als dat aandeel kan worden verhoogd naar bijv. 6 kuub per seconde, dan zou er in elk geval voor de komende jaren voldoende water in de zomer zijn gegarandeerd. Dat betekent dat de in het verleden afgewogen verdeling opnieuw bestuurlijk moet worden geagendeerd.
Het inlaatwerk Bernisse en het Brielse Meer vormen samen een cruciale schakel in de zoetwatervoorziening. Het systeem is van groot belang voor de landbouw en de natuur en het stabiel houden van de kades en dijken in de waterschappen Hollandse Delta (Voorne-Putten) en Delfland en voor industrie in de Rotterdamse haven. De landbouw op Voorne-Putten en tuinders in het Westland maken in droge tijden gebruik van het aangevoerde water. Daarnaast profiteren de natuur, sportvelden en het openbaar groen hiervan. Tegelijkertijd is het Brielse Meer kwetsbaar voor verzilting. Een robuuster inlaatwerk met een grotere aanvoercapaciteit helpt om de beschikbaarheid van zoet water voor deze gebieden en functies beter te waarborgen.
Verder bleek dat de Parksluizen in Rotterdam continu lekken, waardoor er bijna 1 m3 per seconde zoetwater nodig is om dat zilte lekwater weer naar buiten te pompen. In normale tijden is dat geen probleem, maar in tijden van droogte is dat 25% van de 4 kuub per seconde die beschikbaar is uit het Brielse meer. AWP Delfland wil dat daarvoor nu een oplossing wordt bedacht.
Eerder had AWP Delfland al eens vragen gesteld over de verzilting door de lekkende Parksluizen. Die vraag werd toen weggewuifd als ‘hypothetisch’.
AWP voor water, klimaat en natuur