AWP Limburg presenteert initiatiefvoorstel voor één robuust watersysteem
20 oktober 2026 – Droogte, wateroverlast, vervuiling en dalende grondwaterstanden worden vaak als afzonderlijke problemen benaderd.
AWP Limburg vindt dat dit anders moet. Daarom hebben wij een initiatiefvoorstel ingediend voor een integrale watersysteembenadering, waarin waterbeschikbaarheid, waterkwaliteit, grondwaterbescherming en bewonersveiligheid als één samenhangend geheel worden aangepakt.
Limburg krijgt steeds vaker te maken met langdurige droogte én perioden van extreme neerslag. Volgens AWP Limburg is het tijd om niet langer vooral te reageren op incidenten, maar vooraf te sturen op een robuust en veerkrachtig watersysteem dat beter bestand is tegen de uitdagingen van de toekomst.
Van reageren naar vooruitkijken
Het uitgangspunt van het voorstel is eenvoudig: wateroverlast en watertekorten zijn twee kanten van hetzelfde watersysteem. Water moet op het juiste moment, op de juiste plaats en met de juiste snelheid worden afgevoerd, vastgehouden, geborgen of geïnfiltreerd.
Door waterbeheer integraal te benaderen kunnen we beter omgaan met piekbuien, droogteperiodes, grondwateraanvulling en waterkwaliteit. Daarmee werken we tegelijkertijd aan voldoende water, meer veiligheid en een gezonde leefomgeving.
Meer inzicht en transparantie
Goed waterbeheer begint met inzicht. Daarom stelt AWP Limburg voor om veel beter in beeld te brengen wie waar en hoeveel water onttrekt uit grond- en oppervlaktewater.
Wij pleiten onder andere voor:
- een volledig overzicht van wateronttrekkingen;
- verplichte debietmetingen bij relevante onttrekkingen;
- duidelijke signalerings- en interventiewaarden voor droogte en watertekorten;
- een openbaar digitaal dashboard met actuele gegevens over waterstanden, waterkwaliteit, watergebruik en maatregelen.
Zo worden ontwikkelingen in het watersysteem zichtbaar voor bestuurders, inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties.
Bescherming van onze grondwatervoorraden
Grondwater is van levensbelang voor drinkwater, landbouw, natuur en toekomstige generaties. Daarom wil AWP Limburg samen met de provincie werken aan een integraal Bronbeschermingsplan Limburg.
Daarin moeten strategische grondwatervoorraden, kwetsbare watervoerende lagen en belangrijke infiltratiegebieden beter worden beschermd tegen uitputting en vervuiling.
Direct aan de slag met slimme maatregelen
Naast nieuw beleid bevat het initiatiefvoorstel ook een groot aantal zogenaamde no-regret-maatregelen die direct kunnen worden uitgevoerd.
Denk daarbij aan:
- water langer vasthouden waar dat verantwoord is;
- infiltratie bevorderen;
- het vochthoudend vermogen van bodems verbeteren;
- slimmer peilbeheer;
- het benutten van bestaande waterbergingen;
- maatregelen die zowel wateroverlast als droogte helpen beperken.
Elke investering moet daarbij zoveel mogelijk bijdragen aan meerdere doelen tegelijk: waterveiligheid, waterbeschikbaarheid en een betere waterkwaliteit.
Bindende verantwoordelijkheid nemen
AWP Limburg vindt dat deze uitdaging niet door het waterschap alleen kan worden opgelost. Daarom pleiten wij voor intensieve samenwerking tussen Waterschap Limburg, Provincie Limburg, gemeenten, landbouworganisaties, natuurbeheerders, kennisinstellingen, bewoners en partners over de grens.
Alleen door kennis, verantwoordelijkheid en uitvoeringskracht te bundelen kunnen we bouwen aan een toekomstbestendig watersysteem voor Limburg.
Investeren in een veerkrachtig Limburg
Met dit initiatief kiest AWP Limburg voor een fundamentele koerswijziging: van reageren op droogte en wateroverlast naar structureel sturen op waterbeschikbaarheid, waterkwaliteit, grondwaterbescherming en bewonersveiligheid.
Wij willen werken aan een Limburg waarin het water beheer niet alleen problemen opvangt, maar ook voorbereid is op de toekomst.
Reageren?
Voor vragen of ideeën rond dit initiatief of AWP Limburg in het algemeen kun je contact opnemen met Marja Hilders(fractievoorzitter AWP Limburg, 06-18364978) of Nico Broekema(fractiesecretaris AWP Limburg 06-14577742) of reageren op on ze social media kanalen.
INITIATIEFVOORSTEL:
Naar een integrale watersysteembenadering voor Limburg
1. Aanleiding
De beschikbaarheid van voldoende grond- en oppervlaktewater met een goede kwaliteit staat in Limburg steeds meer onder druk. Perioden van droogte worden afgewisseld met perioden van extreme neerslag. Dit vraagt niet alleen om maatregelen tijdens een acute droogte-periode, maar vooral om een structurele aanpak waarmee zowel watertekorten als de negatieve gevolgen voor onze veiligheid van extreme waterafvoer zoveel mogelijk worden beperkt.
Het huidige beleid is ongemerkt gebaseerd op een verdienmodel van enkele globale investeerders, waarbij de rekening op allerlei manieren onevenwichtig wordt neergelegd bij de regionale bevolking, bedrijven en overheden. Dit moet anders!
Waterschap Limburg beschikt over bevoegdheden en beleidsruimte om het gebruik en de verdeling van oppervlakte- en grondwater te reguleren. De vraag is echter of deze mogelijkheden voldoende structureel en voorafgaand aan perioden van watertekort en wateroverlast worden benut.
Daarom is het wenselijk om niet langer uitsluitend vanuit afzonderlijke droogteperioden of incidenten te handelen, maar te komen tot een vooraf vastgesteld, integraal afgewogen en risicogestuurd beleid voor een betere waterbeschikbaarheid, bewonersveiligheid en grondwaterbescherming voor hoogwaardig gebruik.
Vanuit het waterschap willen we veel meer druk gaan uitoefenen op andere overheden tot voorbij Brussel, de maatschappij en de landbouw. En zo iedereen ook op dit vlak de weg te wijzen naar alternatieve technieken die het gebruik van bestrijdingsmiddelen tot het absolute minimum beperken. Dit vergt investeringen, maar die worden op andere vlakken zoals de maatschappelijke kosten van de gezondheidszorg, arbeidsverzuim, de natuur, voedselveiligheid en daarmee onze levenskwaliteit ruimschoots terugverdiend. De hierdoor gezondere landbouwer maakt voorafgaand aan de oogst minder onkosten en heeft daarmee minder druk om de kosten van chemische bestrijding te moeten terugverdienen. Dit beleid moet niet alleen de korte en middellange termijn bestrijken, maar nadrukkelijk ook de lange termijn meenemen, zodat structurele keuzes worden gemaakt die de veerkracht van het totale systeem van grondwater, oppervlaktewater en een gezonde leefomgeving voor toekomstige generaties versterken.
Het uitgangspunt van dit initiatiefvoorstel
Wateroverlast en watertekort zijn twee kanten van hetzelfde watersysteem. Het waterbeheer moet daarom zo worden ingericht dat water op het juiste moment, op de juiste plaats en met de juiste snelheid wordt afgevoerd, geborgen, vastgehouden of geïnfiltreerd en niet verontreinigd raakt.
In natte perioden moet waar mogelijk water worden vastgehouden en geïnfiltreerd om de grondwatervoorraad aan te vullen en de weerbaarheid van het watersysteem in droge perioden te vergroten. Tegelijkertijd moet voorafgaand aan verwachte piekafvoer, waar dat nodig en verantwoord is, voldoende bergingsruimte beschikbaar zijn om piekafvoeren gecontroleerd op te vangen.
Strategische grondwatervoorraden diep en ondiep moeten daarbij worden beschermd en zorgvuldig worden beheerd.
Kern van het initiatief
Dit initiatiefvoorstel kiest niet voor afzonderlijk beleid voor droogte, wateroverlast en grondwater. Het uitgangspunt is één robuust en veerkrachtig goed beschermd en kwalitatief hoogwaardig en veilig watersysteem waarin:
piekafvoer → ruimte maken → bergen → vasthouden → voorkomen onnodige vervuiling→ infiltreren → grondwater aanvullen → beschikbaarheid in droge perioden
met elkaar worden verbonden.
Daarmee wordt de koers:
Van reageren op wateroverlast en droogte naar vooraf sturen op waterbeschikbaarheid, bewonersveiligheid en de veerkracht van het watersysteem. Watertekorten, waterovervloed en daarmee waterkwaliteit worden daarbij als gelijkwaardige en onderling samenhangende opgaven behandeld die gezamenlijk om een oplossing vragen.
De term bewonersveiligheid doelt op:
Overstromingen, erosie en instabiliteiten, grondwateroverlast in gebouwen, water- en grondwaterkwaliteit, gifvrije leefomgeving en veilig voedsel.
2. Visie
Waterschap Limburg ontwikkelt een structurele aanpak waarbij:
- Waterbeschikbaarheid, waterkwaliteit en bewonersveiligheid, gezondheid gezamenlijk worden beschouwd bij het beheer van oppervlakte- en grondwater;
- Kritieke waarden en signaleringswaarden vooraf worden vastgesteld, zodat niet pas wordt gehandeld wanneer tekorten of risico’s al zijn ontstaan;
- Onttrekkingen aantoonbaar en controleerbaar worden geregistreerd;
- Het beschikbare (grond)water eerlijk en transparant wordt verdeeld, waarbij maatschappelijke en ecologische functies worden meegewogen;
- Bestaande meetpunten van grondwaterpeil, pompdebieten, stuwen en oppervlaktewaterpeil enzovoort worden geëvalueerd en daar waar nodig aangevuld. Belangrijkste is dat al deze metingen voor iedereen in een eenvoudig raadpleegbaar systeem op een kaart terechtkomen. Via een klik op deze kaart moeten alle relevante gegevens live te volgen zijn en historische data downloadbaar zijn voor analyses voor beleid en technische bijsturing in het veld.
- Strategische grond- en oppervlaktewatervoorraden worden beschermd tegen uitputting (kwantiteit) en kwaliteitsverlies;
- Geen-spijt maatregelen versneld worden uitgevoerd, waarbij maatregelen waar mogelijk zowel bijdragen aan het beperken van wateroverlast als aan het vergroten van de waterbeschikbaarheid, ook voor het diepe en ondiepe grondwater; Vanwege schades en gezondheid het ondiepe grondwater strak gestuurd moet worden om grondwateroverlast voor de burgers te voorkomen. Dit vergt goede monitoring en een goed plan om water te sturen en voortdurende aanpassingen.
- Bestaande en nieuwe waterberging voorzieningen waar mogelijk meervoudig worden benut: voor tijdelijke berging tijdens perioden van hoge afvoer én voor waterbeschikbaarheid (buffering) en grondwateraanvulling (infiltratie) tijdens droge perioden;
- Het waterschap, de provincie, gemeenten, landbouworganisaties (waaronder LLTB), terreinbeherende organisaties en burgerinitiatieven gezamenlijk beleid ontwikkelen, waarbij schotten tussen organisaties worden afgebroken en wordt samengewerkt op basis van gedeelde kennis en verantwoordelijkheid.
- Ondanks intensieve metingen en een dichter monitoringsnetwerk kan door de genomen maatregelen in het water en grondwaterbeheer schade optreden. Deze schades dienen dan gecompenseerd te worden, alsmede het aanbrengen van een lokale of regionale oplossing om verdere schades door bijvoorbeeld grondwateroverlast, te voorkomen.
- Stimuleer de innovaties in de landbouw die de bodem- en waterkwaliteit en onze gezondheid beter beschermen. We zullen de maatschappij en politiek daarbij wijzen op de machtige lobby’s van de gifproducenten. Deze moeten weerstaan worden. Hiervoor is bewustwording van belang, de geldstromen vanuit partijen zoals BASF, Bayer-Monsanto en dergelijke naar de wetenschappelijke adviseurs van de boeren en politiek moeten inzichtelijk worden. Zo kan iedereen vaststellen wie onafhankelijk adviseert en wie niet.
Het beleid moet daarmee verschuiven:
Van reageren op wateroverlast en droogte naar vooraf sturen op waterbeschikbaarheid, bewonersveiligheid en de veerkracht van het watersysteem. Watertekorten, waterovervloed en kwaliteit worden daarbij als gelijkwaardige en onderling samenhangende opgaven behandeld die gezamenlijk om een oplossing vragen.
3. Concrete voorstellen
Voorstel 1 – Maak waterbeschikbaarheid en bewonersveiligheid structureel onderdeel van het beleid
Het algemeen bestuur wordt gevraagd een integraal droogte-, grondwater- en waterbeschikbaarheids-beleid op te stellen waarin vooraf wordt vastgelegd:
- Welke waterbeschikbaarheid minimaal noodzakelijk is;
- Welke functies bij schaarste prioriteit hebben;
- Voortdurende aanpak bij het terugbrengen van verontreinigende activiteiten;
- Herijking schadeafwikkeling als gevolg van wijzigingen van peilbeheer in gebieden;
- Streven naar een echte onafhankelijke instantie die de burgers met schade bijstaat;
- Wanneer sprake is van een normale, zorgelijke of kritieke situatie;
- Welke maatregelen bij iedere fase automatisch of versneld in werking treden;
- Welke bevoegdheden het DB in iedere fase kan inzetten;
- Wanneer besluitvorming door het AB noodzakelijk is.
Daarnaast moet het beleid inzichtelijk maken hoe wordt omgegaan met perioden van extreme neerslag en piekafvoer. Voorkom overstromingen, deze verslechteren de kwaliteit.
Daarbij geldt als uitgangspunt:
Vooraf ruimte creëren voor piekafvoer waar dat nodig is, water bergen waar dat kan, water vasthouden en infiltreren waar dat verantwoord is en water afvoeren waar dat noodzakelijk is. Dit moet volgbaar en stuurbaar worden met een toegankelijk en overzichtelijk dashboard (kaart) met actuele (grond)waterpeilen, kwaliteit en de stuurmiddelen voor het water.
Hiermee worden wateroverlast en droogte niet als afzonderlijke beleidsopgaven behandeld, maar als onderdeel van één integraal watersysteem.
Maatregel:
Stel een integraal Limburgs waterbeschikbaarheids- en droogte protocol vast met duidelijke signalerings- en interventiewaarden, een koppeling met het beheer van piekafvoer en bergingscapaciteit, en een regeling voor onttrekkingsverboden voor zowel oppervlakte- als grondwater (inclusief voorwaarden, uitzonderingen en openbaarmaking) gekoppeld aan het dashboard.
Voorstel 2 – Breng alle onttrekkingen daadwerkelijk in beeld
Een effectief waterbeleid is niet mogelijk zonder voldoende inzicht in de hoeveelheid water die aan het systeem wordt onttrokken.
Daarom wordt voorgesteld om de registratie van grond- en oppervlaktewateronttrekkingen te verbeteren en waar nodig uit te breiden, ook dit is een onderdeel van het dashboard.
Maatregelen:
- Actualiseer het overzicht van alle relevante grond- en oppervlaktewater onttrekkingen;
- Breng ook kleinere en tijdelijke onttrekkingen beter in beeld;
- Maak duidelijk wie, waar, wanneer en hoeveel water onttrekt;
- Ontwikkel één integraal informatie dashboard voor grond- en oppervlaktewater;
- Koppel beschikbare meetgegevens aan de beleidsmatige beoordeling van waterbeschikbaarheid.
Voorstel 3 – Voer debietmetingen in waar dat noodzakelijk is
Registratie alleen is onvoldoende wanneer de feitelijke omvang van onttrekkingen niet kan worden gecontroleerd. Daarom wordt voorgesteld om bij relevante onttrekkingen debietmeting met direct verstrekte metingen verplicht te stellen, in ieder geval daar waar de omvang van een onttrekking en grondwaterpeil in de put van betekenis kan zijn voor de lokale of regionale waterbeschikbaarheid. Dit geldt ook voor de tijdelijke bemalingen.
Maatregelen:
- Bepaal voor welke categorieën onttrekkingen debietmeting noodzakelijk is;
- Voer een gefaseerde plaatsing van debietmeters in;
- Gebruik meetgegevens voor toezicht en beleidsontwikkeling;
- Ontwikkel een digitale rapportage van onttrokken hoeveelheden;
- Benut de gegevens voor evaluatie van vergunningen en beleidsregels.
Voorstel 4 – Stel kritieke waarden en signaleringswaarden vast
Het waterschap moet vóóraf weten wanneer het watersysteem onder druk komt te staan.
Daarom worden voor grond- en oppervlaktewater kritieke waarden en signaleringswaarden vastgesteld voor het peil, debiet en kwaliteit.
Deze kunnen betrekking hebben op:
- Grondwaterstanden van ondiep en hoogwaardig diep grondwater;
- Kwaliteit van oppervlaktewater, freatisch en diep grondwater;
- Watergang afvoeren;
- Oppervlaktewaterpeilen;
- Bodemvocht;
- Verdamping en evapotranspiratie;
- Beschikbaarheid van water voor natuur en landbouw;
- Strategische grondwatervoorraden;
- Beschikbare bergingscapaciteit;
- Verwachte piekafvoer voor het oppervlaktewaterstelsel.
Werk met een systeem van bijvoorbeeld:
groen – aandacht – kritisch – interventie
waarbij aan iedere fase vooraf vastgestelde maatregelen worden gekoppeld.
Daarbij moet niet alleen worden gekeken naar watertekort, maar ook naar de vraag of voldoende veiligheidsverhogende en schadeverminderende ruimte (buffering) beschikbaar is om een verwachte piekafvoer veilig op te vangen.
Voorstel 5 – Stel een regeling op voor een verbod op grondwateronttrekking
Analoog aan de bestaande regeling voor oppervlaktewater (zoals het onttrekkingsverbod van 18 juni 2021) dient er een onttrekkingsverbod voor grondwater opgesteld te worden op basis van vooraf vastgestelde kritieke- en signaleringswaarden.
Uitgangspunten voor een verbod op grondwateronttrekking:
Het algemeen bestuur wordt gevraagd in het integrale waterbeschikbaarheids- en droogte protocol vast te leggen:
- Onder welke omstandigheden er voor laagwaardige gebruiksdoelen een onttrekkingsverbod voor grondwater kan worden ingesteld (bijvoorbeeld overschrijding van kritiek lage grondwaterstanden, langdurige onderschrijding van basisafvoeren in referentiesystemen, of combinaties van indicatoren);
- In welke (deel)gebieden of voor welke watervoerende pakketten een verbod geldt;
- De duur van het verbod (in beginsel tijdelijk, met mogelijkheid tot verlenging of tussentijdse intrekking al naar gelang de omstandigheden);
- De openbare bekendmaking van instelling, wijziging of intrekking van het verbod;
Uitzonderingen (analoog aan het oppervlaktewater regime)
Overeenkomstig het vast te stellen beleid gelden in beginsel de volgende uitzonderingen, tenzij nadrukkelijk anders wordt bepaald:
- Onttrekkingen ten behoeve van veedrenking door middel van een weidepomp, mits niet elektrisch aangedreven;
- Onttrekkingen ten behoeve van kapitaalintensieve teelten waarbij geen reële alternatieven beschikbaar zijn en schade door gebruik van (dieper) grondwater of zonverbranding dreigt, waaronder: bedrijfsmatige fruit/groente/bloemen/planten/bomenteelt; Mits men een regenwaterbuffer heeft.
- Onttrekkingen waarvoor een tijdelijke, kortdurende, eenmalige ontheffing is verleend, mits nut en noodzaak voldoende zijn aangetoond en de onttrekking efficiënt plaatsvindt en afhankelijk doel ook het retourbemalen goed onderzocht is;
- Afwijking is uitsluitend mogelijk in geval van zeer urgente, niet voorzienbare omstandigheden of dreigend gevaar.
Maatregelen:
- Werk de bevoegdheid tot instelling van een grondwateronttrekkings-verbod uit in de Keur / uitvoeringsregels en de bijbehorende beleidsregels;
- Koppel de instelling van een verbod expliciet aan de vooraf vastgestelde signalerings- en kritieke waarden (groen – aandacht – kritisch – interventie);
- Zorg voor een transparante, uniforme openbaarmakings-procedure, vergelijkbaar met die voor oppervlaktewater onttrekkingsverboden;
- Evalueer na afloop van een verbod de effectiviteit en de proportionaliteit van de genomen maatregelen.
4. Voer no-regret maatregelen direct uit
Naast beleidsontwikkeling is directe uitvoering noodzakelijk in een twee-sporen methodiek.
Het waterschap moet daarom een pakket van geen-spijt maatregelen vaststellen die onafhankelijk van toekomstige beleidskeuzes al kunnen worden uitgevoerd.
Daarbij kan worden gedacht aan:
- GGOR gewenste grondwaterstanden vaststellen;
- Water langer vasthouden waar dit verantwoord is;
- Vergroten van infiltratie (oa subsidiëren gemeentelijke en regionale afkoppel initiatieven);
- Bij schadelijke aanpassingen water- en grondwaterregime uit het verleden die grondwateroverlast veroorzaken, maatregelen treffen zoals het deels verwijderen van ondergrondse waterremmende constructies of het nemen van drainage maatregelen;
- Bij toekomstige aanpassingen van het water en grondwatersysteem, kritisch en direct volgen met de inwoners om negatieve gevolgen te voorkomen of teniet te doen;
- Aanpassen van landgebruik, teeltkeuze en toepassen resistente teelten die gifgebruik tot het minimum kunnen beperken;
- Verbeteren van vochthoudend vermogen van de bodem;
- Voorkomen van oppervlakkige afvoer op hellende percelen (tijdelijke hybride watersystemen);
- Optimaliseren van stuwen en peilen in watergangen;
- Dynamisch peilbeheer (oa bij regenwaterbuffers);
- Verminderen van onnodige ontwatering/afvoer in natte perioden;
- Voorafgaand aan verwachte piekafvoer waar nodig en verantwoord bergingsruimte (buffering) creëren;
- Benutten van bestaande bergingsmogelijkheden;
- Onderzoeken hoe bestaande bergings-voorzieningen meervoudig kunnen worden benut;
- Herstel en versterking van sponswerking van het land- en watersysteem, door bronmaatregelen in de haarvaten van dit systeem, denk aan bodemverbetering;
- Stimuleren van maatregelen die grondwateraanvulling bevorderen in gebieden waar dit geen problemen geeft voor bewoners en bedrijven;
- Versnellen van maatregelen die waterbeschikbaarheid in droge perioden vergroten;
- Vermindering van verdamping en evapotranspiratie en onnodig watergebruik als onderdeel van de waterbalans.
Uitgangspunt
Elke euro die wordt geïnvesteerd in water vasthouden, infiltreren, bergen en aanvullen moet waar mogelijk bijdragen aan zowel het beperken van wateroverlast als het vergroten van de waterbeschikbaarheid in droge perioden.
Daarbij geldt nadrukkelijk niet dat water altijd moet worden vastgehouden.
Het uitgangspunt is:
Water op het juiste moment, op de juiste plaats en met de juiste snelheid afvoeren, bergen, vasthouden of infiltreren.
5. Evalueer en actualiseer de beleidsregels
De bestaande beleidsregels moeten worden getoetst aan de huidige en toekomstige waterbeschikbaarheid.
Daarbij moet niet alleen worden gekeken naar:
“Mag deze onttrekking?”
maar vooral naar:
“Is deze onttrekking, gelet op de totale waterbalans en de toekomstige waterbeschikbaarheid, nog verantwoord, welke alternatieve technieken kunnen we inzetten en waar kunnen we de betrokkenen helpen voor verdere verduurzaming en het voorkomen van onnodige verontreinigingen?”
Daarbij moet ook worden bezien of het huidige beleid voldoende ruimte biedt om tijdig te anticiperen op verwachte wateroverlast en piekafvoer, bijvoorbeeld door vooraf beschikbare bergingsruimte te creëren.
Maatregelen
Het DB/AB wordt gevraagd:
- Alle relevante beleidsregels te evalueren;
- Intensievere toezicht bij het slaan van putten, conform de wetgeving alleen BRL 2100 gecertificeerde bedrijven mogen dit doen nadat vergunning van kracht is
- Starten met boren mag enkel naar vooraf doorgevoerde controles op de boorsite.
- Algehele vergunningplicht voor grondwateronttrekking ter voorkoming van verontreinigingen.
- Te beoordelen of deze voldoende rekening houden met langdurige droogte;
- Cumulatieve effecten van onttrekkingen, maar ook verdamping/evapotranspiratie mee te nemen (in ogenschouw nemend dat op een hete zomerdag 80% van onttrokken grondwater bij beregening van gewassen verdampt = blinde vlek);
- Kritieke situaties te vertalen naar vooraf bepaalde beperkingen;
- Onderscheid te maken tussen bevloeiing en beregening om onttrekking grondwater zo veel mogelijk te reduceren;
- Te beoordelen hoe waterberging, waterbeschikbaarheid en waterkwaliteit in samenhang kunnen worden gestuurd;
- Waar nodig actief nieuwe of aangescherpte beleidsregels aan het AB voor te leggen.
6. Versterk de kaderstellende rol van het Algemeen Bestuur
Niet alle maatregelen kunnen of moeten door het DB zelfstandig worden genomen.
Daarom wordt voorgesteld om het AB nadrukkelijk in positie te brengen bij onderwerpen die de structurele beleidskaders bepalen.
Het gaat in ieder geval om:
- Integraal ondiep, diep grondwater en oppervlaktewater beleid;
- Samenhang tussen bewonersveiligheid, gezondheid, waterbeschikbaarheid en grondwaterbescherming;
- Financiële instrumenten, inhoudelijke hulp van initiatiefnemers in landbouw en lokale bedrijfsleven;
- Aanpassing van het Waterbeheerprogramma;
- Kaders en delegatie.
Het uitgangspunt blijft:
Het AB stelt de strategische kaders; het DB voert binnen die kaders uit en rapporteert daar transparant over.
7. Strategische bescherming van diep en ondiep grondwater
Diep grondwater moet niet uitsluitend worden beschouwd als een beschikbare bron voor huidig gebruik.
Een deel van deze voorraden heeft een strategische betekenis voor toekomstige generaties, onder andere voor drinkwaterwinning en voedselproductie.
Daarom dient Waterschap Limburg samen met provincie Limburg te werken aan een structurele bescherming van deze voorraden.
Provinciale inzet
Het DB wordt gevraagd de Provincie Limburg actief aan te spreken op:
- Strategische bescherming van diep grondwater, waarbij de lokale en regionale geologie en topografie belangrijke onderdelen vormen;
- Ontwikkeling van een Bronbeschermingsplan;
- Bij Bronbescherming hoort een actieve bescherming van infiltratiegebieden;
- Voldoende bestuurlijke, ambtelijke technische inhoudelijke capaciteit;
- Versterking van toezicht en handhaving en oplossingsgericht meedenken;
- Grensoverschrijdend (grond)waterbeheer;
- Stimuleren van alternatieven voor gewasbescherming;
- Stimuleren van watervasthoudend vermogen van bodems en percelen.
- Strenge handhaving en stringente vergunningseisen bij lozingen/zuivering (BBT);
- De best beschikbare technieken (BBT) worden leidend.
- MKBA(maatschappelijke kosten baten analyse), zet geld van gezondheidszorg besparingen in voor een gifvrije landbouw, laat lokale supermarkten meedoen, maak een kortere keten!
8. Bronbeschermingsplan voor Limburg
Voorgesteld wordt om samen met de provincie te komen tot een integraal Bronbeschermingsplan Limburg.
Daarin wordt vastgelegd:
- Welke grondwatervoorraden in welke watervoerende pakketten strategisch zijn;
- Waar de belangrijkste infiltratiegebieden liggen die deze pakketten voeden;
- Waar de kwetsbaarste watervoerende pakketten liggen, mede in relatie tot de lokale en regionale geologie;
- Welke functies deze infiltratiegebieden hebben;
- Welke activiteiten een risico vormen voor de grondwaterkwantiteit en kwaliteit;
- Welke beschermingsmaatregelen ruim om de strategische watervoerende pakketten en infiltratiegebieden noodzakelijk zijn;
- Niet alleen diepe maar ook ondiepe bronnen boven de 5 m diepte dienen vergunningsplichtig te zijn omdat complexe en onverkende geologische omstandigheden kunnen leiden tot verstoring van de kwaliteit op grote diepte.
- Vanwege de enorme kwetsbaarheid van de uiterst belangrijke watervoerende lagen , met name, de Krijtkalken onder Zuid-Limburg dient binnen 2 jaar in geheel Zuid-Limburg ten zuiden van de Feldbissbreuk een algeheel verbod te komen voor giftige bestrijdingsmiddelen ook wel ‘gewasbeschermingsmiddelen’ genoemd.
- Welke overheid verantwoordelijk is voor welke maatregel, denk hierbij aan de Provincie(s), Gemeenten, Rijkswaterstaat en Staatstoezicht mijnen;
- Samenwerking zoeken over de grens met vergelijkbare buitenlandse instanties;
- Hoe monitoring, sturing op basis van monitoring, toezicht en handhaving worden georganiseerd. Zoek samenwerking met de WML en de onderbezette TNO die al ontzettend veel meetpunten en ervaring hebben op dit vlak.
- Strenger toezicht handhaving op firma’s en bedrijven die bronnen slaan. Alleen BRL9001 gecertificeerde boorbedrijven mogen boren conform de huidige wetgeving.
- Verplichte training en certificiering van bedrijven met een bron ter behoud van hun bron en ter voorkoming van verontreinigingen in de diverse watervoerende lagen.
Het doel is een verschuiving van uitsluitend gebiedsgerichte bescherming achteraf naar preventieve bescherming van de bron zelf.
9. Gezamenlijk beleid met alle bestuurlijke en maatschappelijke partners
Het waterschap kan deze problematiek niet alleen oplossen. Een effectief en gedragen beleid vraagt om gezamenlijke ontwikkeling met alle relevante bestuurlijke partners en betrokken organisaties, waaronder provincie Limburg, gemeenten, LLTB, terreinbeherende organisaties, burgerinitiatieven en andere belanghebbenden, ook van over de grens!
Daarom wordt voorgesteld om structureel bestuurlijk overleg te voeren met Provincie Limburg en de overige partners over:
- Strategische grondwaterreserves;
- Bronbescherming;
- Infiltratiegebieden;
- Grond- en oppervlaktewaterkwaliteit;
- Waterbeschikbaarheid;
- Toezicht en handhaving;
- Grensoverschrijdend waterbeheer.
De schotten tussen de betrokken organisaties actief af te breken en te werken vanuit één gedeeld watersysteem, beeld en gedeelde verantwoordelijkheid.
Samenwerken moet, het lange termijndoel is één uitvoeringsorganisatie voor veilig duurzaam watersysteem en een veilig milieu.
Een gedegen voorbereidingstraject in te richten met kennis-sessies met onafhankelijke ervaringsdeskundigen, zodat beleidskeuzes berusten op de best beschikbare wetenschappelijke expertise én praktijkkennis voor noodzakelijke verhoging van uitvoeringskracht;
Participerende open bijeenkomsten te organiseren waarin alle maatschappelijke partijen kunnen inspreken op het toekomstige beleid, met bijzondere aandacht voor de praktische uitvoeringskennis en gebiedsexpertise die in de samenleving (bij landbouw, natuurbeheer, bedrijven en burgers) aanwezig is;
Duidelijk vast te leggen welke overheid of organisatie waarvoor verantwoordelijk is en welke resultaten jaarlijks moeten worden bereikt (monitoring).
10. Monitoring en jaarlijkse verantwoording (vergt samenwerking!)
Het voorgestelde beleid krijgt alleen betekenis wanneer de voortgang meetbaar wordt gemaakt.
Daarom wordt voorgesteld om uiteindelijk een continu gezamenlijk raadpleegbaar dashboard te maken met actuele metingen en status van objecten van en voor iedereen:
- Ontwikkeling van diepe en ondiepe grondwaterstanden en de kwaliteit daarvan;
- Integratie met een kaart van GGOR, gewenste grondwaterstanden op de diverse locaties die vooraf getoetst moeten worden aan de huidige bebouwing, natuur en landbouw als startpunt.
- Ontwikkeling van oppervlaktewater beschikbaarheid;
- Geregistreerde onttrekkingen;
- Gemeten onttrokken hoeveelheden grond- en oppervlaktewater;
- Overschrijding van kritieke waarden voor kwantiteit en kwaliteit;
- Ingestelde, gewijzigde of ingetrokken onttrekkingsverboden voor grond- en oppervlaktewater (inclusief toepassingsgebied, duur en uitzonderingen);
- Beschikbare en gerealiseerde bergingscapaciteit;
- Geautomatiseerde waarschuwingen die wijzen op trends of veranderende trends.
- Status van de sturingsmiddelen zoals stuwen relevant voor corrigeren trends;
- Status van uitgevoerde no-regret maatregelen;
- Voortgang van bronbescherming;
- Status van toezicht en handhaving;
- Samenwerking met de Provincie Limburg en anderen ook in het buitenland en de de door hen genomen maatregelen en ingebrachte maatregelen;
- Benodigde beleidsaanpassingen;
- Tijdens initiatieffase: opstellen van eisen al in startfase projecten samen met alle actoren.
Hiermee krijgt het AB een structurele monitorings- en bijsturingsfunctie.
11. Voorgesteld besluit
Het Algemeen Bestuur van Waterschap Limburg wordt voorgesteld om:
- De ontwikkeling van een integraal en structureel beleid voor waterbeschikbaarheid, bewonersveiligheid, gezondheid, droogte en grondwater – met aandacht voor de korte, middellange én lange termijn – als prioriteit aan te merken;
- Het DB opdracht te geven om binnen een nader vast te stellen termijn een voorstel voor dit beleid aan het AB voor te leggen;
- Daarbij in ieder geval uit te werken:
- Een verbeterde registratie en toegankelijke integrale presentatie van grond- en oppervlaktewater onttrekkingen en alle andere relevante zaken;
- Toepassing van debietmetingen bij alle (grond)wateronttrekkingen;
- Kritieke waarden en signaleringswaarden voor zowel watertekort als waterbeschikbaarheid en bergingsruimte;
- Een vooraf vastgesteld interventieprotocol met maatregelen;
- Evaluatie en actualisatie van relevante beleidsregels;
- Een uitvoeringsprogramma voor no-regret maatregelen, in samenwerking met derden en beschikbaar stellen van hulptroepen;
- Een aanpak waarbij wateroverlast, waterbeschikbaarheid, grondwateraanvulling en de kwaliteit daarvan als één samenhangend watersysteem worden beschouwd;
- Een regeling voor onttrekkingsverbod voor grondwater, analoog aan de bestaande praktijk voor oppervlaktewater, inclusief voorwaarden, uitzonderingen, ontheffingsmogelijkheden en openbaarmaking;
- Het totale initiatief omtrent het terugdringen van bestrijdingsmiddelen.
- Het DB opdracht te geven om samen met de Provincie Limburg te werken aan een integraal Bronbeschermingsplan Limburg, gericht op de strategische bescherming van grondwater en infiltratiegebieden;
- Het DB opdracht te geven om samen met Provincie Limburg, gemeenten, LLTB, terreinbeherende organisaties, burgerinitiateven en overige Nederlandse en buitenlandse partners een gezamenlijk beleidstraject in te richten, inclusief kennissessies met onafhankelijke deskundigen en open bijeenkomsten voor maatschappelijke inbreng, en de Provincie Limburg en aangrenzende provincies aan te spreken op haar verantwoordelijkheid voor strategische grondwaterbescherming, bronbescherming, capaciteit, kwaliteit, toezicht en grensoverschrijdend (grond)waterbeheer;
- Het DB te verzoeken voorstellen die kaderstelling of besluitvorming van het AB vereisen tijdig en actief aan het AB voor te leggen;
- Jaarlijks aan het AB te rapporteren over de ontwikkeling van waterbeschikbaarheid, bewonersveiligheid, onttrekkingen, kritieke waarden, ingestelde onttrekkingsverboden, bergingscapaciteit, uitvoering van maatregelen en de voortgang van de strategische grondwaterbescherming. Naast het jaarlijks rapporteren kan iedereen de situatie online volgen.
Dit verder uitgewerkt initiatiefvoorstel is op hoofdlijnen 7 oktober 2026 ingediend door Marja Hilders, fractievoorzitter AWP Waterschap Limburg
Hier kunt u het volledige initiatiefvoorstel “Naar een integrale watersysteembenadering voor Limburg” downloaden.