Beste bestuursleden,
Ons werk als bestuur is essentieel voor het droog en nat houden van Nederland en voor het verbeteren van de waterkwaliteit en de biodiversiteit. Als AB leden doen we elke dag, of in ieder geval elke week – het blijft een parttime bestuursbaan – ons uiterste best om ons gebied leefbaar te houden. We staan hierbij voor stevige uitdagingen. Het klimaat verandert en de uitdagingen nemen toe. Denk aan uitdagingen zoals het beschermen van onze grondwatervoorraden, het behouden en verkrijgen van schoon water, en het duurzaam bebouwen van ons land.
In de Voorjaarsnota zien we dat de belastingen fors stijgen. Deze stijging is uit te leggen door de grote investeringen die nodig zijn voor het verbeteren van onze rioolwaterzuiveringsinstallaties. De AWP zou deze en verdere stijgingen het liefst willen voorkomen, maar het is de vraag of dat haalbaar is gezien de uitdagingen waar we voor staan. Het is van uitermate groot belang dat we samen een waterbeheerprogramma voor de periode 2028-2034 opstellen dat toekomstbestendig is en dus het maken van keuzes niet uit de weggaat. Deze keuzes vragen lef van ons als bestuurders. We moeten in ieder geval voorkomen dat we problematiek doorschuiven naar de volgende generatie en dat we het hen te moeilijk maken om in een leefbaar gebied te werken en te wonen. Daarvoor is het nu nodig de waterschapsbelasting te verhogen.
Ik wil bij het woord ‘waterbeheerprogramma’ even een kleine side note maken want ik merk dat vandaag – maar ook de afgelopen jaren – het woord nog steeds op twee verschillende manieren wordt uitgesproken: waterbeheerprogramma of waterbeheerSprogramma. Deze varianten verschillen behoorlijk van elkaar. In de eerste variant (zonder s) gaat over het beheren van water, dus het plannen, uitvoeren van taken rond water zoals peilbeheer, waterverdeling, waterkwaliteit etc. De tweede variant daarentegen (met een s ertussen) gaat over het beheersen van water, alsof wij heersen over het water en macht bezitten over water, weer en klimaat. Persoonlijk heb ik wat moeite met deze tweede variant, omdat ik denk dat wij mensen het watersysteem helemaal niet 100% kunnen beheersen. We moeten juist in harmonie met het water en onze omgeving leven en werken. En dus moeten we kiezen voor nature based solutions, en water en bodem sturend laten zijn voor toekomstige ontwikkelingen.
Vorige maand ben ik met een aantal collega’s naar het waterschapscongres van de Unie afgereisd. Daar heb ik de Onlanden bezocht, een ontzettend mooi natuurgebied ten zuiden van Groningen waar men van een uitdaging een kans heeft gemaakt. In 1998 viel er veel regen in de regio en dit leidde tot een stevige overstroming. Delen van de stad Groningen kwamen onder water te staan. Om herhaling te voorkomen hebben de bestuurders destijds besloten dat de Onlanden moesten gaan dienen als een waterbergingsgebied. Dit is vervolgens gebeurt. In 15 jaar tijd is een laaggelegen landbouwgebied dat met bodemdaling en overtollig water kampte getransformeerd in een waterbergingsgbied. Er kan nu 7,5 miljoen m3 water worden opgevangen en dit heeft een hoop overlast en schade voorkomen. De Onlanden casus is voor ons relevant. Wij hebben immers te maken met het veenweide gebied ten westen van de stad Utrecht waarvoor we al jaren proberen een oplossing te vinden en waarvoor er nu zelfs een taskforce is opgericht. Ik wil jullie allemaal uitdagen om met een frisse blik naar de aanpak van het veenweidegebied te kijken en de transformatie van de Onlanden als voorbeeld te nemen. Het huidig landgebruik in het veenweide gebied is immers niet toekomstbestendig.
Een ander belangrijk onderwerp dat ik aan wil snijden is de handhaving van onze regelgeving. Want we kunnen wel allemaal mooie regels of afspraken met inwoners maken maar als er niet wordt gecontroleerd of die ook worden nageleefd, hebben deze afspraken, regels of wetten geen impact en dus ook geen zin. Gelukkig staat er in de voorjaarsnota dat voor de KRW-verantwoording van 2027 de handhavingsinspanning zal worden geïntensiveerd door o.a. expertise binnen het VTH team te versterken. De AWP steunt deze ontwikkeling van harte.
Nu ben ik tot mijn laatste punt van mijn bijdrage gekomen. Ik laat belangrijke onderwerpen als diversiteit van ons bestuur en het creëren van meer waterbewustzijn bij onze inwoners nu even liggen, maar in plaats daarvan richt ik me op het vertrouwen in de politiek.
In de huidige gepolariseerde samenleving is warm contact tussen mensen belangrijker geworden. Wij hebben als bestuur een voorbeeldfunctie. Het gaat niet alleen om de onderlinge verhoudingen, maar ook om onze persoonlijke omgang met de inwoners van ons gebied. Dit is des te belangrijker omdat wij onderdeel zijn van ‘de’ overheid waar momenteel onder veel Nederlanders weinig vertrouwen in is. Volgens het CBS had vorig jaar slechts 40 procent van de mensen vertrouwen in de politiek. Persoonlijk vind ik dit veel te laag. Dit vertrouwen is echter wel belangrijk want het geeft ons bestaansrecht; het legitimeert ons als functioneel bestuursorgaan in het democratisch landschap. Het is dus onze plicht om dit signaal serieus te nemen en nog beter naar buiten te communiceren welk belangrijk werk we binnen het waterschap doen. Ik kijk dan ook met een goed gevoel terug op het waterschapscafé dat we onlangs samen georganiseerd hebben, waarbij we de deelnemers hebben kunnen meenemen in de bestuurlijke waterschapswereld.
Dank voor uw aandacht.
Jorik Chen
Carel Dieperink
Susan Spieksma