Westland, 2 Aug 2026. Voorbij de Oranjedijk, op de grens tussen Hoek van Holland en Maasdijk, begint de kassenzee van het Westland. Onder de brug ontspringt een afwateringssloot, die zich sloom een kaarsrechte weg zuidwaarts baant, tussen de grasvelden door. Onderwater hangt een groene waas over de sloot, die het onmogelijk maakt om iets te zien van wat zich erin afspeelt. Ook dit zijn algen, aangetrokken door het overschot aan meststoffen in de sloot. Maar deze locatie staat voor een heel ander, onzichtbaar probleem: bestrijdingsmiddelen.
De herkomst van de bestrijdingsmiddelen in deze sloot laat zich raden. De kassen vol met tomaten, komkommers, paprika’s, chrysanten en gerbera’s. Telers gebruiken die middelen om hun oogst te beschermen tegen ziekten en plagen. Maar als die pesticiden dankzij wind of water elders terechtkomen, bestrijden ze daar net zo goed de lokale flora en fauna. ‘Een kas is in principe een ideaal systeem om gesloten te houden’, zegt Teurlincx, ‘maar afvalwater moet worden geloosd. Dat gebeurt legaal, maar soms ook illegaal.’ Ook lekken er bestrijdingsmiddelen via de ondergrond naar de sloten (aanvulling AWP).Toxische druk
Het middelengebruik is in de landbouw wel afgenomen: tussen 2012 en 2020 met 14 procent. Veel stoffen zijn verboden en veel kassen zijn aangesloten op het riool. Ook bij de stuw in de Oranjedijk is het aantal stoffen dat boven de norm zit sinds 2014 gekelderd.
Desondanks blijft hier sprake van ‘hoge’ toxische druk – jargon voor hoe schadelijk het mengsel van giftige stoffen is voor het waterleven. ‘Sommige stoffen versterken elkaar of zwakken elkaar juist af’, verklaart Lisette de Senerpont Domis, hoogleraar Smart Ecological Monitoring aan de Universiteit van Twente. Hoewel het gebruik van bestrijdingsmiddelen afneemt, neemt de toxische druk in Nederland toe. Dat komt door betere meetmethoden en de introductie van nieuwe stoffen, maar vermoedelijk ook doordat de mengsels giftiger worden.
Bovendien breken veel stoffen niet zomaar af. In de sloot bij de Oranjedijk zit bijvoorbeeld te veel imidacloprid – lange tijd een populair middel tegen insecten en zeer giftig voor bijen. Het middel is daarom tegenwoordig verboden in de landbouw, maar duikt nog in tal van Nederlandse wateren op, vaak in te hoge concentraties.
De gevolgen daarvan blijken als Sven Teurlincx, aquatisch ecoloog en waterkwaliteitsonderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW), met een schepnetje door het water gaat. De schrale vangst deponeert hij in een witte bak: wat watervlooien en een watertrappelend insect. ‘Een bootsmannetje’, verklaart Teurlincx. ‘Een heel algemeen kevertje, niks bijzonders.’ Het gebrek aan waterdiertjes noemt hij ‘echt een pesticidending’.
Teurlincx vat de problematiek in deze sloot monter samen als ‘een leuke cocktail van vermesting en pesticidengebruik’. Om daar een cruijffiaanse constatering op te laten volgen: ‘Wat je voornamelijk ziet, is wat je niet ziet’. Weinig organismen in het water, geen opspringende vissen.