In de nieuwe Voorjaarsnota 2026 heeft het college van waterschap Rivierenland het voornemen geuit om het belastingaandeel voor inwoners (het zogeheten ingezetenenpercentage) in de komende kostentoedelingsverordening opnieuw vast te pinnen op 38%. Hiermee kiest het college er doelbewust voor om de jarenlange scheefgroei tussen inwoners en (agrarische) bedrijven in stand te houden.
Waterschapsbelasting is voor veel mensen een ingewikkelde en saaie kost, zeker met termen als ‘kostentoedelingsverordening’ en ‘ingezetenenpercentage’. Maar de kern is heel simpel: wie betaalt welk deel van de totale rekening voor onze dijken en het waterbeheer? De nieuwe waterschapsbelastingwet geeft het waterschapsbestuur de ruimte om die verdeling eerlijker te maken. Het college weigert echter de ruimte die de nieuwe wet biedt te benutten en kiest voor de status quo. Bij de bespreking in het Algemeen Bestuur van 19 juni 2026 was er geen animo om hier iets aan te doen.
Wat er achter die 38% schuilgaat
De realiteit is dat burgers door de jaren heen steeds meer zijn gaan betalen. Als we kijken naar de feitelijke inwonerdichtheid in ons gebied, dan zouden de inwoners van Rivierenland rond de 32,1% moeten bijdragen. In plaats daarvan betalen ze nu al jaren de hoofdprijs. Vorig jaar zagen we bij de Voorjaarsnota al dat de correctie op de scheefgroei’ tussen inwoners en bedrijven minimaal was. Door het percentage nu voor komend jaar wéér op 38% te fixeren, blokkeert het college elke serieuze lastenverlichting voor gezinnen en minima.
De WOZ-valstrik: sluipende belastingverschuiving naar de burger
Daar komt een extra onrechtvaardigheid bij: de explosieve stijging van de WOZ-waarden van woningen. De afgelopen jaren zijn de huizenprijzen van burgers in onze regio gigantisch hard gestegen. De waarde van agrarische grond en bedrijfspanden steeg daarentegen nauwelijks mee. Omdat de belasting voor een deel gekoppeld is aan deze bezitswaarde, zorgt dit automatisch voor een belastingverschuiving richting de huiseigenaar en huurder. De burger wordt dus dubbel gepakt: eerst via de stijgende huizenprijzen, en vervolgens via een waterschapsrekening die daardoor automatisch zwaarder op zijn schouders drukt. Juist door het ingezetenenpercentage niet te verlagen, weigert het college deze historische WOZ-scheefgroei te dempen, terwijl dit een van de redenen was voor de invoer van een nieuw waterschapsbelastingstelsel.
Waarom dit onrechtvaardig is
Het waterschap staat voor gigantische, kostbare opgaven. De klimaatverandering zorgt voor extreme hoosbuien en droogte, en de kosten voor dijkverbeteringen schieten omhoog. Maar wie profiteert er het meeste van de peilbeheermaatregelen tegen droogte en wateroverlast in het buitengebied? Dat is de agrarische sector, zie ook dit artikel in de Groene Amsterdammer.
Het kan niet zo zijn dat de lusten grotendeels in het buitengebied liggen, maar dat de stijgende klimaatrekening via dit onredelijk hoge percentage van 38% over de schutting van de burger wordt gegooid. Gezinnen, huurders en huiseigenaren betalen daardoor relatief veel.

AWP wil herziening
Dit besluit over percentages heeft een directe impact op uw portemonnee. Burgers gaan de komende jaren simpelweg wéér meer betalen als we dit nu zomaar laten passeren. Door het groot aandeel bestuurders met een achtergrond in agrarische sector is er geen meerderheid te vinden in het Algemeen Bestuur van het waterschap om dit aan te passen. De AWP-fractie wil dat de belastingdruk voor inwoners substantieel omlaag gaat naar een niveau dat recht doet aan de werkelijke verhoudingen in ons gebied. Het wordt tijd dat de politieke keuzes achter uw belastingaanslag transparant op tafel komen te liggen zodat u hier bij de waterschapsverkiezingen in 2027 rekening mee kan houden!
