Waterschappen mogen vanaf 2026 verschillende belastingtarieven hanteren voor woningen en bedrijfspanden. Daardoor gaan bedrijven in vrijwel alle regio’s relatief meer betalen dan huishoudens. De wetswijziging kwam mede tot stand na jarenlange lobby van AWP, Water Natuurlijk en Vereniging Eigen Huis. Gemiddeld ligt het tarief voor bedrijfspanden 8,6 procent hoger. Volgens waterschapspartij AWP zorgt de wetswijziging voor een eerlijkere verdeling van de lasten.
De verandering komt op een moment dat de waterschapslasten sterk oplopen. Volgens cijfers van het CBS stegen de totale waterschapsbelastingen tussen 2020 en 2025 met gemiddeld 41 procent. Alleen al in 2025 namen de heffingen met ruim 8 procent toe tot ongeveer 4,3 miljard euro. Klimaatadaptatie, strengere eisen aan afvalwaterzuivering en renovaties van verouderde installaties zorgen ervoor dat de kosten van waterbeheer blijven stijgen.
Een belangrijk deel van de watersysteemheffing is gekoppeld aan de WOZ-waarde van gebouwen. Tot en met 2025 gold daarbij één uniform tarief voor zowel woningen als bedrijfspanden. Dat systeem pakte de afgelopen jaren nadelig uit voor huishoudens. De WOZ-waarden van woningen stegen explosief, terwijl de waardeontwikkeling van bedrijfspanden veel gematigder was. Daardoor verschoof een steeds groter deel van de belastingdruk richting woningeigenaren en indirect huurders.
Met de nieuwe wetgeving mogen waterschappen nu onderscheid maken tussen woningen en niet-woningen, vergelijkbaar met de gemeentelijke OZB. Het gevolg is dat bedrijven in vrijwel alle waterschappen relatief meer gaan bijdragen. Bij waterschap Vallei en Veluwe ligt het tarief voor bedrijfspanden in 2026 bijvoorbeeld 12,1 procent hoger dan voor woningen. Bij het Hoogheemraadschap Delfland bedraagt het verschil zelfs 18,4 procent.
Volgens AWP is hiermee weliswaar een belangrijke correctie doorgevoerd, maar is de historische scheefgroei nog niet hersteld. “Afwenteling op huishoudens en natuur blijft onacceptabel”, stelt de partij in een toelichting op de nieuwe tarieven. Vooral het zogenoemde profijtbeginsel – het uitgangspunt dat partijen betalen naar het belang dat zij hebben bij waterbeheer – zou volgens AWP nog onvoldoende worden toegepast.
De verschillen tussen waterschappen blijven groot. Dat heeft te maken met de specifieke kenmerken van een gebied. In laaggelegen regio’s zijn de kosten voor waterveiligheid hoger, terwijl andere gebieden juist meer investeren in droogtebestrijding of verziltingsmaatregelen.
Bovendien stijgen de kosten voor woningeigenaren in 2026. Een gemiddeld gezin van vier personen in een koopwoning met een WOZ-waarde van 370.000 euro betaalt in 2025 ongeveer 478 euro aan waterschapsbelasting. In 2026 loopt dit op tot 510 euro. Een alleenstaande huurder gaat van gemiddeld 203 euro naar 213 euro per jaar.
Waterschap Noorderzijlvest +7,6%
Wetterskip Fryslân +6,3%
Waterschap Hunze en Aa’s +7,5%
Waterschap Drentse en Overijsselse Delta +9,8%
Waterschap Vechtstromen +8,5%
Waterschap Vallei en Veluwe +12,1%
Waterschap Rijn en IJssel +9,2%
Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden +10,4%
Waterschap Amstel, Gooi en Vecht +7,4%
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier +7,6%
Hoogheemraadschap Rijnland +7,1%
Hoogheemraadschap van Delfland +18,4%
Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard +10,9%
Waterschap Rivierenland +7,4%
Waterschap Hollandse Delta +6,6%
Waterschap Scheldestromen +4,3%
Waterschap Brabantse Delta +7,9%
Waterschap De Dommel +12,8%
Waterschap Aa en Maas +9,6%
Waterschap Limburg +10,1%
Waterschap Zuiderzeeland +10,2%
Gemiddeld 21 waterschappen +8,6%
AWP voor water, klimaat en natuur