18 augustus 2026 – De recente berichtgeving over bedreigingen van controleurs bij een Brabants waterschap heeft opnieuw laten zien hoe kwetsbaar de handhaving van droogteregels is. Volgens de NOS deed het waterschap aldaar aangifte nadat medewerkers tijdens controles werden bedreigd. Deze gebeurtenis staat niet op zichzelf: de droogte van 2026 legt in heel Nederland bloot hoe zwaar de druk op waterbeheer en handhaving is geworden.
Voor AWP Limburg is dit aanleiding om aanvullende art. 35‑vragen te stellen aan de dijkgraaf en het dagelijks bestuur. Deze nieuwe vragen sluiten aan op de eerdere set van 7 augustus 2026, waarin AWP onder meer vroeg naar het aantal controles op grondwaterpompen, het aantal overtredingen, illegale pompen en de inzet van extra handhavingscapaciteit. De actualiteit maakt duidelijk dat deze vragen niet alleen relevant zijn, maar dringend.
De eerste vraag richt zich op de veiligheid van controleurs in Limburg. Als in Brabant bedreigingen plaatsvinden, is het noodzakelijk te weten of vergelijkbare incidenten zich hier voordoen, of er aangifte is gedaan en hoe deze zaken worden opgevolgd. Handhaving kan alleen effectief zijn wanneer medewerkers veilig hun werk kunnen doen en wanneer incidenten transparant worden gemeld en behandeld.
Daarnaast vraagt AWP om inzicht in de inzet van controleurs: hoeveel mensen zijn beschikbaar, hoe vaak worden zij ingezet en op welke momenten. Zonder dit overzicht is het onmogelijk om te beoordelen of de handhaving van droogteregels voldoende is toegerust op de huidige omstandigheden.
Een tweede thema betreft de technische staat van stuwen, sluisjes en waterbuffers. Nu het weer omslaat en regenval afwisselt met droogte, is het essentieel dat alle stuwen en sluisjes correct zijn dichtgezet. De vraag is of dit daadwerkelijk is gebeurd.
De waterbuffers vormen een nog groter zorgpunt. De casus Caumermolen heeft aangetoond dat de technische staat van buffers niet altijd gegarandeerd is. Bij de buffer naast de Caumermolen ontbraken stabiliteitsberekeningen en omgevingsvergunningen. Dat roept de vraag op of het waterschap inmiddels begonnen is met een brede controle van alle buffers in Limburg, zoals AWP eerder heeft verzocht.
Ook kijkt AWP vooruit: hoe wordt voorkomen dat bij nieuwe buffers dezelfde omissies optreden? De voorbereiding van een nieuwe waterbuffer in Eys maakt deze vraag urgent. Een robuust systeem vraagt om structurele verbeteringen, niet om ad‑hoc reparaties.
Deze nieuwe art. 35‑vragen zijn niet alleen bedoeld om informatie boven tafel te krijgen. Ze vormen een route naar verbetering. Als het waterschap de vragen volledig en transparant beantwoordt, ontstaat er een helder beeld van:
de veiligheid en inzet van controleurs
de effectiviteit van handhaving
de technische staat van cruciale watersystemen
de mate waarin eerdere tekortkomingen worden aangepakt
de voorbereiding op nieuwe waterbuffers
Dat beeld is noodzakelijk om het waterbeheer toekomstbestendig te maken. De droogte van 2026 heeft laten zien dat het waterschap niet kan vertrouwen op improvisatie. Het moet beschikken over actuele gegevens, een robuust instrumentarium, veilige handhaving en technisch betrouwbare infrastructuur.
AWP Limburg blijft zich inzetten voor een waterschap dat deze verantwoordelijkheid serieus neemt. De gestelde vragen zijn een uitnodiging aan het bestuur om dat ook te doen.